Faalverhaal

1 december was het Ga op je Bek Dag. Mijn toespraak, nou ja, zo ongeveer als het ging, staat nu op mijn site.

Dagenlang heb ik gedacht. Ik bereid helemaal niks voor. En dan zou ik hier vanavond staan en geen woord kunnen uitbrengen Ik had een rood hoofd gekregen, jullie zouden me allemaal glazig aankijken.  

 

Ten einde raad zou ik dan zeggen: ik ben Marieke Dubbelman, ik ben een uitgewoonde moeder van vier kinderen uit Leidsche Rijn met een kunststof matje onder in haar buik omdat na mijn tweede bevalling mijn darmen door een gat in mijn buikwand onder in mijn lies hingen, ik ben 37 jaar en doe Woody Woodpecker na. Ofzoiets.

 

Maar als ik dàt had gedaan, dan was ik op mijn bek gegaan en zou ik feitelijk, gezien het karakter van dit feest,  niet gefaald hebben. Want wie hier vanavond faalt: die slaagt. Noemen ze dat een paradox? 

 

Dat weet ik eigenlijk niet? Ik begrijp paradoxen nooit echt helemaal goed want altijd als ik aan het nadenken ben is er altijd wel een kind in de buurt dat mijn gedachten stoort omdat het moet poepen, zijn veter niet gestrikt krijgt of uitgeschoten is met de hagelslag. Ik denk dus nog maar zelden na. Ook wel rustig.

 

 Als je, zoals ik, vier kinderen hebt verzeil je eigenlijk elk uur van de dag wel in een faalsituatie. Bijvoorbeeld.

 

Gisterenavond stond ik nog om 2300 uur op Station Bijlmer met mijn zoontjes omdat ik de trein had gemist, nadat ik de hele avond naar zingende oostblok smurfen on speed had geluisterd tijdens het Eurovisie Junior Songfestival. I

 

Ik had voor 85 euro kaartjes gekocht, moest verplicht AVRO-lid worden en omdat het een kinderevenement was mochten alle grote mensen vooraan staan waardoor mijn zoontjes niks zagen. 

 

Toen we eerder op de avond aankwamen bij het Bijlmerbeton, had ik gedacht om bij een gore Burger King te gaan eten. Maar dat hadden al die andere 1000 gezinnen die ook naar het concert gingen ook bedacht. In de Febo stonden ook nog 500 mensen. Je moet niet altijd willen falen. Dus.

 

Uiteindelijk, joepie,  was er alleen maar nog plek in een Sushi-restaurant waardoor mijn oudste heel hard begon te huilen omdat ie geen sushi lust. Mijn andere zoontje zat ondertussen met de sushistokjes diep in zijn neus te boren om daarna Kill Bill integraal na te spelen. 

 

We vroegen aan de serveerster: heeft u ook patat. De serveerster zei nee. Dus bestelde ik een bord gefrituurd eten en zei dat het allemaal Kip Nuggets waren. Ze aten alles op en zeiden dat het heerlijk was.

 

Toen ze alles op hadden zei ik: Je hebt inktvis gegeten. Toen waren ze weer boos. Aan de tafel achter ons zat een jongetje wel patat te eten. Dus ik vroeg aan de serveerster: je hebt wel patat, wij willen patat. Maar de patat kwam niet. Ja, toen ik wilde betalen. Nou ja enzovoorts enzovoorts.

 

Verwacht geen coherent verhaal van mij vandaag. Ik ben namelijk chronisch moe zonder dat ik een ziekte heb. Ik ren me rot, altijd. Zo heb ik gisterenmiddag 3 uur lang aan Harm Edens voor een NTR programma proberen uit te leggen waarom wonen in Leidsche Rijn zo geweldig is. En dat is me volgens mij ook niet gelukt. Ik hakkelde maar wat en bazelde iets over speeltuinen.

 

Gelukkig, ben ik vaak zo moe dat het me ook weinig uitmaakt of ik faal of niet. En het allerergste, het maakt vaak ook helemaal niet uit als je faalt. Want de volgende ochtend is er altijd bar weinig veranderd in de wereld. Dus. Ook al vind ik het nog steeds heel erg dat ik niet bij het afzwemmen van mijn zoon was voor zijn B diploma was, omdat ik ervan overtuigd was dat je bij schoolzwemmen afzwemmen er niet bij mocht zijn. 

 

 

Ik dwaal af. Overnieuw.

 

Goed ik ben dus Marieke Dubbelman, en ik ben moeder van 4 kinderen en ik kom uit Leidsche Rijn. Ooit studeerde ik voor journalist en begon mijn carriere als de gespeelde pinnige verslaggeefster bij een landelijke krant. Ik zag de smeulende resten van een Concorde en een kapotgeblazen wijk in Enschede. Helemaal leuk, helemaal interessant. 

 

Maar het feit wil dat ik geen weerstand kon bieden aan de lokroep van mijn rammelende eierstokken. Terwijl jaargenoten in hun twitterbio hebben staan ‘correspondent met standplaats Londen NRC Handelsblad’ ‘genomineerd voor de journalistieke Tegel 2011’, ‘persvoorlichter bij Greenpeace’ staat er bij mij Heeft veel kinderen. Inspirator in waslogistiek.’

 

Ja, in mijn bio staat ook dat ik schrijfster ben van het Erkende Verhuisboek, maar de werkelijkheid is een stuk minder fraai.

 

Nog voordat ik een letter had geschreven, was er al een foto voor de achterflap gemaakt in de tuin. Er kwam een professionele fotograaf met flitsers en parasols enzo.

 

En het eerste wat mijn zoontje van 5 toen riep was: Zal ik mijn lul eens uit mijn broek halen?Zo gaat dat dus altijd bij mij.

 

Ik schreef in een half jaar een boek. Het lag in de winkel, ik stond in de krant. En iedereen vond het superinteressant. ‘Oh je schrijft een boek’ . Maar onlangs, een dik jaar na het verschijnen van mijn boek, kreeg ik een brief ‘we gaan een deel van je oplage vernietigen omdat bewaren teveel geld kost.’

 

Ik belde geschrokken op. Een deel van de oplage betekende eigenlijk de hele oplage, op 60 exemplaren na. Ja, ik mocht mijn eigen boek kopen met veel korting.

 

Nu staan er 1000 boeken onder de trap. Het is toch je kindje. Een abortus by shredder: ik kon het niet. Blijkbaar koester ik mijn falen.

 

Sterker nog ik ik heb van mijn ‘falen’ een deugd gemaakt, ja zelf mijn beroep. Want ik verdien gewoong geld met schrijven over dit weerbastige leven voor het Utrechts Nieuwsblad, Viva Mama enz en twitter ik onder de naam Vinexvrouwtje.  

 

Buiten dat ik er geld meer verdien, lucht het ook enorm op. En je troost er anderen mee.

 

Ik ben er achter gekomen, dat ik mensen die falen en daar eerlijk over zijn, veel interessanter/prettiger vind dan mensen met succes. Mensen bij wie alles lukt, zijn saai en zelden grappig. Of ze spelen vals, Lance Armstrong, of blijken de kluit verschrikkelijk te belazeren: Diederik stapel.


Mijn hele leven bestaat uit al jaren dingen die anders gaan dan ik had gedacht of gehoopt. 

Na zeven jaar in de Vinex, heb ik ontdekt dat je van de nood een deugd moet maken. Falen kun je vieren. 

 

Reactie schrijven

Commentaren: 3
  • #1

    Claudia van S. (zondag, 09 december 2012 14:44)

    Wauw, ben er stil van. Ik begin maar alvast voorzichtig aan de staande ovatie, want ik ben vast niet de enige die dit leest en zin krijgt om te klappen.

  • #2

    Leonita Gerssen (zondag, 09 december 2012 20:11)

    Wat mooi geschreven, en wanneer faal je nu eigenlijk, inderdaad we falen inderdaad weleens, is dat erg, welnee we leren ervan, ga je op je bek, lekker belangrijk, kunnen andere weer lekker smullen, want die falen noooit natuurlijk, en net als met je boek, niet erg, Je hebt het tenminste geprobeerd en 60 mensen hebben ervan genoten, het houdt mij niet tegen om er 500 van mijn uitgave te laten drukken, en misschien verkoop ik er maar tien, maar hè, dan heb ik het wel geprobeerd, en daar ben ik dan trots op, en hebben wij de ballen gehad om te durven falen ;-)

  • #3

    Lisette (maandag, 07 januari 2013 13:45)

    Helemaal mee eens, van mensen met succes moet ik gapen! Je boek spreekt me trouwens heel erg aan, ga niet binnenkort verhuizen maar zal aan je denken wanneer ik iemand weet!
    Ik ga voor een 'faal'dag, iedere dag!