Volhouders in de Vinex

Wikke Kuller

 

Vier jaar geleden werd 9 weken te vroeg de vierde zoon van Wikke Kuller en Barend van der Enden geboren;  Jip. Ondanks de heftige start waren ze zielsgelukkig met hun 2 kilo prematuur geluk. Dat duurde maar even. Jip werd overgeplaatst naar een afdeling waar,  het Rota Virus heerste.  Jip werd doodziek.  Het virus vernietigde alles in zijn hoofdje wat de natuur de afgelopen maanden zo zorgvuldig in elkaar had gezet. 

 

Jip is nu 4, spastisch, blind en heeft zware epilepsie. Elke winter overleeft hij ternauwernood een paar longontstekingen. Hij kan dezelfde dingen als een baby van drie maanden;  lachen, elke drie uur eten en vaak urenlang, huilen. Van uitstapjes raakt hij van streek. Zijn drie broertjes spelen veel in de tuin. ‘Als we Jip niet hadden konden we wel...,’ en dan verschijnen er nog meer barstjes in Wikke’s hart.

 

Sondevoeding

Als Jip naar een instelling moet, zou hij sondevoeding krijgen. Niemand lepelt daar een uur lang een potje Olvarit bij hem naar binnen. Proeven is een zintuig wat Wikke haar kind niet ook nog wil afnemen. Dus woont Jip thuis in de aangepaste woning met hulp van studentes die worden ingehuurd uit een persoonsgebonden budget. Ook de buren springen vaak bij. Of dat PGB er volgend jaar nog is, weet Wikke niet.  Ze kijkt sowieso verder dan drie maanden. 

 

Voor dat huis voerden Wikke en Barend twee jaarstrijd om het te mogen verbouwen. Eerst wees de WMO het verzoek af. ‘Ga maar naar een doorgebroken flat in Kanaleneiland.’ Daarna lag de welstandscommissie in een stuitligging. Ze hielden vol,  de uitbouw voor Jip kwam er.  Maar de kostbare gezinstijd die verloren ging aan brieven schrijven, bezwaar maken, de pers te woord staan, afwijzingen verwerken, krijgen ze nooit meer terug.

 

Hobbelige Vinexwegen

Sinds de verbouwing is er meer rust. Maar toch. Na een lange werkdag als veearts, zit Wikke ‘s avonds aan de PGB-administratie. Het verzoek voor een rolstoelfiets heeft weinig kans: ‘mevrouw u heeft al een bus.’ De gemeente geeft liever geld uit aan een Tourstart,’ constateert Wikke. En dan is er nog de rechtszaak tegen het ziekenhuis, dat alle aansprakelijkheid afwijst.

Soms huilt Jip wel twaalf uur per dag. Ouder dan 30 wordt hij waarschijnlijk niet. Zijn familie herkent hij niet na een logeerpartij.  Soms vraag Wikke zich wel eens af: ‘Waar doe ik het allemaal voor?’ Maar als Jip dan achter in de fietskar giert van de pret  vanwege de wind en de hobbelige Vinexwegen, houdt Wikke het weer even vol

Martin Los

 

Sportscholen de plek van kerkgebouwen hebben ingenomen? Hoe houd je vol in de Vinex als mensen niet meer vanzelfnaar jou toekomen  en je ook niet zichtbaar bent in het nieuwe landschap met bestaandetoren en spits?

 

Toen Martinus Los in 2004 pastoor werd van de parochie groot Leidsche Rijn, lag er voor hem een grote uitdaging. Vier jaar daarvoor was hij gestart met kerkdiensten in de oude boerderij De Hoef, verscholen in zanderig slecht bereikbaar niemandsland. Zijn kerkgemeenschap bleek erniet levensvatbaar. Nieuwe bewoners gingen liever naar de mooie kerken in Vleuten en De Meern die ook tot de parochie behoren. Maar de tijd dat men elke week komt is niet meer. ‘In deze samenleving, wordt je niet gezien als je jezelf niet vertoont.’

 

Dopen

Aangezien eerste ontmoetingen tegenwoordig voor een groot deel virtueel zijn bouwde Los een website. ‘Daardoor ontdekte ik de kracht van internet voor de kerk. Ik werd zelfs door een gezin uit Capelle benaderd of ik hun kind wilde dopen nog voor ze hier kwamen wonen.’

Om ook op straat als priester gezien te worden, besloot Los zijn boord weer te gaan dragen. ‘Ik ben een vertegenwoordiger van de kerk, maar mensen zagen het niet meer. Zo’n boord geeft duidelijkheid.’

 

Zijn twitteraccount liet Los lange tijd ongebruikt. Bloggen deed hij des te meer. Tot vorig jaar. ‘Ik zag dat mensen hier uit de omgeving daar allemaal informatie doorgaven en spraken over hoe je de nieuwe omgeving vorm kunt geven. Veel van die gesprekken vielen samen met het Máximapark. Ik dacht: hier is iets aan het gebeuren, waar ik aan wil bijdragen. Blijkbaar zijn we toch samen één gebied aan het worden waarin mensen oog hebben voor hun omgeving en elkaar.’

Dankzij Twitter deed Los inmiddels bijvoorbeeld huiszegeningen in Leidsche Rijn. Een jongeman vroeg via hetzelfde medium of hij een staatslot in wilde zegenen. Met het te winnen geld wilde hij jonge bands gaan promoten. Hij vond het sneu dat er zoveel talent verloren ging. ,Ik vond het een boeiende vraag. Uiteindelijk is hij bij me gekomen en heb ik hem als mens gezegend. Hij ging glunderend naar huis.’

 

Biechten

Biechten via sociale media kan niet. Maar sommige facebookchats die Los voert, hebben er wel wat van weg. ‘Laatst vroeg een gescheiden iemand of zij nog ter communie kan gaan. Zo’n contact had ik anders niet gauw gehad. Zo iemand belt niet en schrijft ook geen brief.’ Inmiddels werpt het gebruik van sociale media dus zijn vruchten af. Toen Los een tijdje een terug een tweetup bij brouwerij Maximus bezocht met zijn priesterboord riepen de overige tweeps: ‘Jij moet Martin zijn.Leuk dat je er ook bent, pastoor!”

 

Leonie van Putten

 

De beloftes waren zo groot als het gebouw, toen Leonie van Putten zich in februari 2011 bij een goede vriend inkocht in de hippe koffietent Doppio in de Wall. Ze zei haar baan als leerkracht in het speciaal onderwijs op en koos voor een vak waar ze nog nooit een slok van op had.  Binnen een jaar gaf de ‘vriend’ het op.  In de Wall bleven de lege ruimtes maar galmen, het beloofde publiek bleef weg.  

 

Ze kocht hem met haar laatste geld uit. De vriendschap ging stuk.  ‘Ik heb toen wel wat slapeloze nachten gehad. Want als het niks zou worden, hadden ik en mijn gezin een heel groot probleem.’

 

Succes

Vanaf dat moment had Leonie maar één doel voor ogen: ‘Ik ga er een succes van maken.’ 

Dat komt niet vanzelf. Zes dagen per week  staat ze in en voor haar zaak. ‘s Avonds na het eten gaat de laptop aan voor de administratie. Haar zoon en stiefzoon ziet ze weinig. ‘Gelukkig werkt mijn man in het onderwijs. Hij is in de schoolvakanties vrij. Maar toch. Ik geniet nog steeds elke dag van mijn avontuur. Als ik de zaak open doe, denk ik: dit is allemaal van mij.’

Met creatieve ideeën zoals een kinderlunchkaart in samenwerking met de naastgelegen speelgoedwinkel , trekt ze steeds mee rklanten. Onlangs plande ze als probeersel een aantal barista-workshops. Die waren meteen zo populair dat ze er uiteindelijk 20 gaf. Haar onderwijservaring viel de enthousiaste deelnemers op. 

 

Natuurlijk maakt ze zich nog steeds weleens zorgen. Met de Wall gaat het nog steeds niet super. ‘Elke keer als ik twijfel zeg ik tegen mezelf. Je moet nu wel doorgaan. Dit is jouw ding. Als je hiermee stopt, verlies je een deel van jezelf. Er komt een dag dan lach je iedereen uit.’ 

Gelukkig weten medewerkers van nabijgelegen bedrijven als Cap Gemini, Oracle en Mediq, haar zaak steeds beter te vinden. Ook zakenmensen spreken er steeds vaker af.

 

Uitzingen

‘Als ik het maar kan uitzingen tot het Antonius Ziekenhuis open gaat in september, was mijn streven. Maar eigenlijk gaat het nu al maanden  zelfs veel beter dan dat.’

Op het Doppio-hoofdkantoor in Joure zijn ze razend enthousiast over haar creatieve aanpak en persoonlijke benadering. Leonie is een baken van persoonlijkheid in de anonieme groteske Wall. ‘Op het hoofdkantoor zeiden ze laatst, jij maakt van een Doppio op de maan nog wel een succes. Je zet meer om dan menig filiaal in de binnensteden.’ 

 

Diana Vonk

 

Bij mij in de straat wonen twee hele hele lieve mensen: Diana en Jan-Willem. Zie je Diana, zie je Jan Willem en zie je Diana, dan zie je Jan-Willem. Hun achtertuin is gevuld met een gigantische trampoline. Daar springen hun twee beeldige blonde dochtertjes op. Ze vormen een gezin dat samen is op een manier, die je iedereen gunt. Warm met tijd voor elkaar. 

 

Toch knaagde het noodlot de afgelopen jaar als een bezetene aan hun geluk. Diana’s moeder overleed vijf jaar geleden aan longkanker. ‘Ze was echt een oma oma. Toen ik was bevallen nam ze twee weken vrij, kwam ze elke dag met de bus hierheen.’  

Haar vader kreeg in 2006 een zwaar herseninfarct en woont sindsdien in een zorginstelling om de hoek. ‘Hij kan niet meer praten.’

 

Borstkanker

Net toen het leven tot bedaren leek te komen, kwam er weer een klap. In april 2011 kreeg Diana, toen 39 te horen dat ze zelf ziek was; borstkanker met uitzaaiingen in de lymfen. ‘Ik dacht; ik ga dood en hoe moet ik dit mijn vader vertellen, mijn man, mijn kinderen? Binnen een week werd Diana borstbesparend geopereerd. Daarna volgende nog 16 chemokuren, 33 bestralingen, een Herceptinkuur en een hormoonkuur die waarschijnlijk nog jaren zal duren. 

 

Diana, roostermaker bij de politie in Vleuten, pakte de zaken nuchter aan. ‘Mijn ziekenhuisafspraken plande ik s’ochtends als de kinderen naar school gingen.’ Jan-Willem kon zorgverlof krijgen. Diana: ‘We hebben alles samen gedaan. Met passen en meten is het gelukt. Ik voelde me wel vaak heel slecht en van het uitbesteden van de kinderen voelde ik me niet veel beter. Die zomervakantie regende het heel veel en toch ging Jan-Willem weer fietsen met die meiden, zodat het even rustig was in huis. Toen heb ik wel geleerd de dingen los te laten, ja.’

 

Strijdlustig

Bang was ze niet, wel strijdlustig. De prognoses waren goed. Zomer 2012 voelde Diana zich alweer zo goed dat ze door haar bedachte Waterwinmarkt in het Waterwinpark in Terwijde alweer organiseerde. Ook al heeft ze vaak pijn in haar gewrichten in heupen door de medicijnen die ze gebruikt.

 

‘Ik denk er eigenlijk nooit over na. Hoe doen we dat toch eigenlijk? Het zijn dingen die je niet kunt veranderen en zo pakken we het ook op. We moeten er mee dealen, en daar het beste van maken. We trekken elkaar er doorheen en gaan niet bij de pakken neerzitten. Ik ben er trots op hoe we dit samen hebben gedaan.’

 

Evert Rutgers

 

60-Plussers. Je ziet ze niet veel in de Vinex. Maar Evert Rutgers, bewoner van seniorencomplex De Componist in Terwijde is zo’n uniek exemplaar. Ongeveer gelijktijdig met zijn vervroegde pensionering besloot hij van zijn kleine krakende flat in Tuindorp Oost te verhuizen naar een  krankzinnig groot exemplaar in de Vinex. Weg van zijn werk uit de Universiteitsbibliotheek waar de oprukkende digitalisering zijn werk alsmaar oninteressanter maakte. ‘Ik wilde niet meer op de Resetknop drukken.’

 

Evert koos voor een leven als fietser en wandelaar. Zijn behoefte aan vakantie is verdwenen sinds hij de tijd naar zijn hand kan zetten. Alleen voor praktische zaken valt hij terug op de stad. Hij mag graag neuzen in een mooie boekwinkel.

 

Wijk van twee auto's

Evert aardde snel in Leidsche Rijn. Maar contact leggen ging nog niet zo makkelijk: ‘Het is een wijk van twee auto s, twee banen, twee kinderen en allemaal druk rondom het huis.  Ook de gigantische vertraging van winkelcentrum, de afwezigheid van een buurthuis, helpen niet.’

Zou het niet leuk zijn, dacht Evert eind 2011 als er een soort groen buurthuis zou komen? Een moestuinenproject, waar mensen kunnen fröbelen met plantjes en al tuinierende een praatje met elkaar konden maken.

 

Samen met een doortastende sociaal makelaar van Doenja benaderde Evert de gemeente, die vast nog wel ergens een door de crisis aangetast lapje grond over moest hebben.Twee kunstenaressen sloten zich aan en maakten tekeningen van een kleine groene vrijstaat in de Vinex.

De lieve plannen werden met sympathie ontvangen, maar de gemeente wilde Zekerheden. Er moest een stichting of een vereniging komen. Het werd ingewikkeld. Evert stelde een beheersclub voor, een wat lossere en lichtere organisatievorm. De gemeente sputterde tegen. ‘Dan zakt je enthousiasme wel ja.’

 

Voor het bouwen van de moestuinbakken moesten er vergunningen worden aangevraagd.  ‘Dan belde ik  en vroegen ze: ‘wat heeft u op uw brief gezet?’ Dan zei ik: ‘houten bakken.’  Konden ze mijn brief weer niet vinden. Bleek later dat ik er toch echt: ‘houten bakken’ boven had gezet. Ik wilde alleen maar iets kleins voor de buurt, maar het kostte me zoveel energie. Er is weinig aandacht voor spontane initiatieven.’

 

Gillend opgeven

Voor de dag van de stadslandbouw wilde Evert een evenement organiseren om de Halte Terwijde te promoten. Maar na twee pagina s invul-PDF op de gemeentesite, gaf hij net niet gillend op Ik moest 9 pagina’s vragen beantwoorden. Of ik 1000 ballonnen ging oplaten of met parachutes wilde gaan springen.  Uit wanhoop meldde hij zich bij het Rachmaninoffplantsoen bij het gemeentelijk kantoor met zijn eenvoudige verzoek. Evert:  ‘De verhoudingen zijn compleet zoek.’

 

15 juni ging de Halte Terwijde uiteindelijk open. Het succes is enorm. Evert loopt elke dag langs zijn  groene oase. ‘Het is belangrijk dat het er nu is en daar kunnen allemaal maar weer goede nieuwe dingen uit voortkomen.’  Het zaadje is geplant.

 

 

Ewald Visser

 

Lange nachten, dronken klanten en het gevoel ‘ik word hier te oud voor’. Vier jaar geleden besloot Ewald Visser, voormalig bedrijfsleider bij Café België, samen met compagnons Arend-Jan van Dieën en Marcel Snater een nieuw avontuur aan te gaan. Onder het genot van een biertje besloten ze tot de oprichting van een bierbrouwerij met een proeflokaal in de Vinex.

De rollen waren snel verdeeld. Marcel wilde brouwmeester worden, Ewald zou zich op het proeflokaal storten en Arend-Jan zou voor de externe verkoop gaan zorgen. Fondsen werden aangeschreven, banken belaagd en de eigen spaarrekeningen geplunderd. Brouwerij Maximus kon van start.

 

Maar er kwam gedoe met de vergunningen. Aanvankelijk was er alleen maar een vergunning voor additionele horeca, zoals dat zo mooi heet. Zoals een broodjeszaak bij een museum, een sapjesbar bij een sportschool. Borden en vlaggen langs de weg om klanten te trekken mochten niet. Nog meer gedoe De gemeenteraad besloot het bestemmingsplan te veranderen om Maximus een volledige horecavergunning te verstrekken. Leidsche Rijn had dorst.

 

Bezwaar

De bewonersvereninging van seniorenflat De Schijf, een paar honderd meter verderop, maakte bezwaar. Ze vreesden (geluids)overlast van dronken Vinexvaders en Vinexmoeders die ‘s nachts met rammelende kinderzitjes de straten onveilig zouden maken. Hoewel zich er sinds de opening 3/4 jaar geleden, geen herrie heeft voor gedaan, strijdt de voorzitter van de bewonersvereniging, een oud ambtenaar verder. Een principekwestie. Ewald: ‘ We hebben hem uitgenodigd, geprobeerd uit te leggen dat wij zelf ook niet later dan 23.00 uur dicht willen. We hebben zelfs aangeboden om de sluitingstijden notarieel vast te leggen.’ Tevergeefs.

 

Damocles

De rechterlijke uitspraak hangt nu nog steeds als een zwaard van Damocles boven het terras en het grootste gedeelte van het proeflokaal van Maximus. Als de gemeente in het ongelijk wordt gesteld, kunnen Ewald, Marcel en Arend-Jan het terras en proeflokaal en dus Maximus wel sluiten

 

Ewald: ‘We hebben drie keer de strop om de nek. Soms denk je wel eens; waar ben ik aan begonnen? Een bedrijf opbouwen kost meer tijd en energie dan ik kon weten.

Maar het enthousiasme van onze klanten is hartverwarmend. Ik weet zeker dat er hier een opstand uitbreekt als we dicht zouden moeten. 

 

80 uur per week

Ik kan het wel aardig naast me neerleggen, omdat ik het geweldig vind om hier te werken. Dat dat nu 80 uur per week is, kost me geen enkele moeite. Ik hoop dat de rechter ons gelijk geeft en we de overburen snel een hand kunnen geven en samen verder kunnen gaan.’

Reactie schrijven

Commentaren: 0