Eeuwige liefde

Een prettige bijkomstigheid van het ouderschap, is dat je regelmatig met terugwerkende kracht de grenzeloze liefde van je eigen ouders voelt.  Omdat Sinterklaas in december een gat in zijn rimpelige hand en een zwak voor vragende kinderen had, verruilden we afgelopen krokusvakantie ons luxe frisse Vinexhuis in voor een minihuisje waar een penetrante geur van natte hond, sigarettenrook, uitgeplast bier en zwembadwater hing. Net als mijn ouders in de herfstvakantie van 1987, omdat mijn broertje en ik dat zo verschrikkelijk ‘ah-toe-ah-toe-please-please’ graag een keertje wilden.

Met dat verschil dat vakantiehuisjes toen nog geen cottages heetten en de kampsupermarkt geen Daily Foodstore. Op de een of andere manier lijkt het hele leven  beter als je ergens een Engels woord voor gebruikt. Manager klinkt aardiger dan baas. Leisure een stuk winstgevender dan vrijetijdsbesteding en professional capabeler dan vakman. Anyway, eh ik bedoel hoe dan ook.

 

Voorgevormde kuilen

De matrassen en de bank van onze stinkhut cottage hadden diepe voorgevormde kuilen en in bad durfde ik niet naar het kitwerk te kijken. En achter de bank. Nou ja, daar durfde ik al helemaal niet te kijken. Het huisje zou zo met interieur en al (bruine plavuizen en donkerbruine vloerbedekking) als curiositeit in het Openluchtmuseum in Arnhem neergezet kunnen worden.

 

In al mijn naïviteit en goedgelovigheid was ik ervan uitgaan dat 800 euro in combinatie met de term comfort cottage garant stond voor een kwalitatief goed vakantieverblijf. Nadere bestudering van de website van Sporthuis Centrum, ze hadden het nooit Centre Parcs mogen noemen, leerde mij dat, als ik een fris huisje mèt een extravagante extra als een vaatwasser had willen bewonen, ik een VIP Cottage had moeten boeken. Voor een paar honderd euro meer. 

 

Leukste vakantie ooit

Ach, een kniesoor die daar op let. De kinderen waren door het dolle heen. ‘Dit is echt de allerleukste vakantie OOIT!’ tetterden ze non-stop. Dat ze na een paar dagen subtropisch zwemparadijs rode vlekken en jeuk op hun ruggetjes en een raar hoestje, kregen deerde ze niks.

 

Omdat ik blij word van blije kinderen liet ik me bereidwillig samen met honderden andere glibberaars meesleuren in de wildwaterbaan. Wat tamelijk wild was aangezien ik onderaan de kunstmatige waterval een vrouw van 150 kilo in mijn nek kreeg. Verder stak ik mijn vingers in vieze brokkelige bowlingballen terwijl aan het tafeltje naast ons een Duitser van 170 kilo een literpak Chocomel aan zijn mond zette om zijn friet weg te spoelen. 

De eeuwige liefde bestaat dus inderdaad. Ik had alleen nooit gedacht dat ‘ie zich in deze gedaante voor zou doen.

Reactie schrijven

Commentaren: 0