Thuis

Als tienjarig meisje verhuisde ik van een wit huis in een olijfbos naar een doorzonwoning naast een speeltuintje met wipkippen in Nederland. Ik was gekleed volgens de laatste Griekse mode, had een Nederlands paspoort, maar had er nog nooit gewoond. Ik kende het alleen van vakantie’s bij opa en oma waar je thee met suiker en melk kreeg en van VHS-banden vol afleveringen van Top Pop en Stuif Es In. Ik was een vreemdeling in mijn ‘eigen land’. 

 

Afgelopen week hadden de Vinexzonen mijn roze dagboek uit die tijd ineens in handen.  ‘Waarom staat hier ‘Nederland is een rotland’? en ‘Ik wil terug naar Kreta.’ Oja, au. Mijn gedachten gingen terug naar mijn moeilijkste jaar als kind. Op school werd ik gepest om mijn ‘anders’ zijn. Ik had geen verweer. Van drie jaar buitenspelen word je weliswaar heel erg vrolijk, maar niet mondig. Inmiddels woon ik graag in Nederland, maar ècht thuis voel ik me hier nog steeds niet. 

 

Thuis voel ik me in de Kanaalstraat, waar het ruikt naar de markthal van Chania waar ik vroeger met mijn moeder altijd boodschappen ging doen en de slagers waar voor je neus een stuk vlees afhakten en de mensen soms een beetje opgewonden doen Een vertrouwd fijn gevoel krijg ik van mijn Marokkaanse buurvrouw Karima en vriendin Fatima als ze tijdens het Suikerfeest bergen koekjes en ander lekkers brengen. Ik geef potjes zelfgemaakte jam. Maar in vrijgevigheid en gastvrijheid kan ik als Nederlander nooit aan ze tippen. 

 

Pijn

 

Samen praten we vaak over de ‘toestand met de PVV’ en hoe hun hardwerkende kinderen nou toch op moeten groeien in een land waar je er met je Arabische naam en iets donkere huidskleur er bij veel mensen op voorhand al uit ligt. 

 

Fatima, Karima en hun kinderen maken al een hele tijd mee wat ik in slechts een jaar van mijn leven meemaakte. Ze worden regelmatig gediscrimineerd en dus getreiterd om hun afkomst en uiterlijk. Want stel je eens voor dat een buschauffeur je bij de halte laat staan, alleen omdat je een hoofddoek draagt. Of je kinderen worden overgeslagen als er ergens snoep wordt uitgedeeld. Dat doet pijn, heel erg veel pijn. 

 

 

Ik schaam me plaatsvervangend voor zoveel domheid en kortzichtigheid en dan zeg ik ze dat het me spijt. Dan geven Fatima en ik elkaar maar een dikke knuffel en dan zeg ik haar ‘Wij weten hoe het echt zit’ en zij zegt tegen mij ‘We hebben allemaal dezelfde God die van iedereen houdt.’ en is alles even weer oké.

Reactie schrijven

Berichten: 0