Waarom ik sport

Jarenlang vond ik de voordelen van sporten niet opwegen tegen de nadelen. Het kost tijd en je word er moe van. Tijd had ik niet en moe was ik ook al. Mensen die met de auto naar de sportschool reden om daar naar nergens te rennen en te fietsen opgezweept door vetloze instructeurs in strakke pakjes om hun ultrabescheiden BMI te benadrukken, vond ik gewoon ráar. Ik vind en vond was sjouwen, boodschappen doen op een loeizware moederfiets met een peuter voor en een kleuter achterop en een huis met drie trappen ook sport


Bovendien, zo redeneerde ik, heeft het pas echt zin om als vrouw aan een goddelijk lichaam te werken als je zeker weet dat je nooit meer wilt baren. Want als er iets afbreuk doet aan al je sportinspanningen is het wel zwanger zijn. Om over alle niet te repareren verknipte schade maar te zwijgen. 

Binnen drie maanden was ik al 6 kilo zwaarder van een wezen in mijn buik dat zelf maar een paar gram woog. Aan het einde van mijn zwangerschappen tikte ik vier keer de 90 kilo. Alsof het niet over mij ging.


Maat 44


Ik had de afgelopen jaren een indrukwekkende collectie broeken maat 44 voor na de bevalling. Ook kocht ik bij de HEMA enorme witte katoenen omaonderbroeken met van die luchtgaatjes erin in de vorm van een bloemetje. Die zaten heerlijk en ik droeg ze net zo lang totdat ik ze grijs en verwassen van mijn heupen gleden, omdat ik door huishoudelijke activiteiten en beperkte chipsinname weer op mijn oorspronkelijk gewicht was gekomen. 

Ik voelde me nooit onzeker in mijn zwembroek, maar als ik nu nog wel eens foto's van mezelf zie al voedend op het strand, is het enige woord dat in me opkomt: ZOOGDIER.


Toen mijn oudste acht maanden was en ik op een dag hem uit zijn ledikantje wilde tillen fixeerde een enorme pijnscheut mijn rug mij in een onmogelijke voorovergebogen houding. Huilend belde ik mijn man op 'Ik kan me niet meer bewegen.'


Liesbreuk


Ook bij de tweede en de derde verging ik maanden van de pijn in mijn rug. Na de tweede kreeg ik een liesbreuk. Gelukkig heeft de chirurg het gat met een plastic mat afgedekt en doe ik in mijn oren gewoon dicht als het bij Tros gaat over hoe ongezond die matjes wel niet zijn. Ik voel me erdoor gestut en dat telt.

Toen kwam de vierde, het sluitstuk van onze collectie. Ik voedde hem 11 maanden. Hij zwol op. Zijn benen veranderden in dikke hammen en zijn pofhandjes leken met strakke elastieken aan zijn armen vastgebonden. Hij was niet te tillen voor mij.

Nog meer pijn zag ik niet zitten. Ik moest en zou sterker worden. Dus maakte ik tijd en ging ik naar yoga,  fitness en bodypump want moe bleef ik de komende jaren toch wel, redeneerde ik. Ik doe het nu 1,5 jaar en til zelfs mijn zoon van 9 boven mijn hoofd. En warempel; sinds ik sport ben ik minder moe en natuurlijk is dat, ahum, goddelijke lichaam ook mooi meegenomen.

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0