Verdwenen in een bermudadriehoek

Het alsmaar op de loer liggende gevaar als schrijvende zelfstandige zonder pand (om naar toe te gaan), is dat je opgesloten raakt in de Vinex. Dichtbij de comfortabele warmte van je wasdroger, je bijna altijd opgekwekte kinderen en het goedkope rondkoekeloer bouwmarktbankje voor je huis. Op een dag lijkt het de enige waarheid die je nog kent. Als de zon schijnt, ben je daar volstrekt tevreden mee. Als het een week lang regent, hoor je jezelf s’ ochtends tijdens het stofzuigen heel hard ‘I want to break free’ zingen.


In beide gevallen geldt: de afgelopen tien jaar is mijn van origine nieuwsgierige en ondernemende ik geruisloos in een Bermundadriehoek tussen huis, school en diverse winkelcentra verdwenen. Mijn navelstreng met de rest van de wereld werd een wifi-signaal. De meeste plekken buiten de Vinex, bezoek ik in gedachten. Om dat te doorbreken is een kans of crisis nodig. Zo was mijn reis met Unicef naar Madagaskar vorig jaar een ongelofelijke kans. 

Maar ook een crisis, is een kans, in een soms verdrietig vermomming weliswaar.

Want ook al was het zwaar genoeg dat mijn vader de afgelopen tien weken  op de revalidatieafdeling van verpleeghuis Tamarine in Overvecht verbleefik koesterde mijn fietstochtjes ernaar toe (en natuurlijk de kopjes koffie die we dan samen dronken). Ik kon zomaar delen van Utrecht buiten de Vinex verkennen. Hoera. Iets waar het sowieso, als je jonge kinderen hebt en niet hebt gekozen voor een carriere als postbode, wijkagent of ambulant psychiatrisch verpleegkundige, nooit meer van komt. 


Valsspelen

Toegegeven, ik speelde vals en doorkruiste de stad met de E-bike van papa, om ook weer op tijd bij het schoolplein te kunnen staan en bij werkafspraken te verschijnen. Mijn tijdschema is altijd tot op de minuut ingedeeld. Als ik om 14.05 bij papa van de kamer op de Neckardreef liep, stond ik exact om 14.30 uur bij het schoolplein mèt een droge rug en bovenlip.


En mijn hemel, wat ik genoot ik van het feit dat ik zomaar op een doordeweekse dag door DE STAD fietste, ook al sloeg de hagel tegen mijn voorhoofd en regende mijn legging nat, wat net zo vies klinkt als het voelde. Soep met klonten bij de HEMA smaakte daarna nog nooit zo goed.


Onderweg genoot ik van de bril die de Vinex me heeft opgezet. Voor een exotische ervaring hoef ik alleen maar het Kanaal over te fietsen en niet helemaal naar Thailand ofzo. Er waren jaren dat ik achteloos door een straat als de Amserdamsestraatweg fietste. Ik vond er niks bijzonders aan. Pas als je in een wijk woont zonder belshops, bakkers, fietsenmakers en plastic bakjeswinkels, zie je eigenlijk pas hoe bijzonder dat is.


In onze gladsgestreken en opgepoetste Vinex zou dat onbestaanbaar zijn. Daar had het bestemmingsplan, de brancheseletiecommissie, dewelstandscommissie al korte metten gemaakt met  ‘snackbar Bestaria’ , “Davy’s sexshop’ of het ‘Gordijnenpaleis, voordat ze überhaupt het levenslicht haddenkunnen zien.

Reactie schrijven

Berichten: 0