Afscheid van de basisschool

Bijna acht jaar geleden bracht ik hem voor het eerst naar school. Onze oudste. Met een rugzak van een dolfijntje op zijn rug en een paar schoenen waarin lampjes gingen branden als je ermee op de grond stampte. Als ik zijn broertje ophaalde van de peuterspeelzaal, gluurde ik door het raam naar het schoolplein waar hij stond. In het begin moederziel alleen. Oh, wat had ik hem graag opgepakt en meegenomen, maar ik deed het niet. Flink zijn, zei ik tegen mezelf. 


Botsautootje

Op een dag kwam hij gebutst en met krassen op zijn gezicht thuis. Trots vertelde hij: ‘We gingen botsautootje spelen en ik mocht het botsautootje zijn.’ Zo’n oudste kind is eigenlijk een soort experiment, waar vooral de jongsten van profiteren; een ijsbreker voor de rest.

De oudste is de gebruiksaanwijzing voor alles wat daarna komt. Na de oudste wist ik: driftbuien gaan over, van een oorontsteking ga je niet dood en eten en alles komt uiteindelijk wel goed en zo niet, dan ook.


Hij groeide op de basisschool. Er kwamen grotere tanden in, knieën gingen kapot en werden weer heel, moeilijke sommen werden opgelost en boeken werden verslonden. Dat kleine soms wat bange jongetje met het rugzakje veranderde in een zelfverzekerde aardige jongen, die mij steeds minder nodig heeft. 


‘Hoi, mam. Dag, mam. Ik ben naar buiten mam. Hoi, mam, ik moet zo naar voetbaltraining. Is het eten al klaar? Dag mam. Jahaaa, ik ben voorzichtig mam, dat hoef je niet elke keer te zeggen.’ Fijn en toch… Ik zag er tegenop. Het afscheid van de basisschool, want je knippert met je ogen en het moment is daar. Doorgaans voel ik me nog redelijk jong, maar toen ik in juni voor ons huis drie grote damesfietsen voor de deur zag staan en er binnen een kluw prepubers op de bank lag te gamen onder het mom van ‘een musical oefenen’, hielpen er geen hippe gympen aan mijn voeten meer aan. ‘Je wordt ouder mama, geef het maar toe.’


Doos tissues


Twee weken geleden klemde ik zijn laatste geknutselde moederdagcadeau (een versierde doos tissues) onder mijn oksel om naar de eindmusical te gaan. Daar stond mijn zoon te zingen en te stralen in een gouden glitterjasje. Alle meiden om hem heen waren anderhalve kop groter.  En ik hield het droog totdat bij het slotlied de meisjes begonnen te huilen. We huilden omdat alles anders wordt en je niet en je weet niet wat er komen gaat. Spanning heet dat.


Eenmaal buiten op schoolplein droogde ik weer wat op met hulp van mijn zoon. ‘Kom mam, ik wil naar huis. Ik snap dat niet hoor, dat je gaat huilen. Het was een hartstikke leuke klas, maar ik ben er nu ook wel klaar mee.’ En terwijl de volgende avond bij de afscheidspicknick, veel meisjes wederom met natte wangen door de erehaag van ouders naar buiten liepen, rende mijn ijsbrekertje juichend de school uit: ‘Ik ben vrij, ik ben vrij. Ik ben vrij,’ riep hij en zo is het.

 

 

 

 

 

Reactie schrijven

Berichten: 0