Bloemengedoe

 

Ik zal wel een rare vrouw zijn, maar mij maak je niet blij met een bos bloemen. Als ik een bos bloemen krijg, lach ik vriendelijk en zucht ik inwendig. Bloemen hoor je leuk, mooi en of romantisch te vinden en dat zijn ze óók; bij een ander. Het liefst kijk ik naar bloemen als ze  buiten nog vastzitten aan een plant. Net als met de meeste huisdieren vind ik dat bloemen in de natuur thuis horen.


Bossen bloemen vind ik gedoe. Geef je mij een bos bloemen, dan kun je ervan uitgaan dat die een paar dagen later nog in het folie in een huishoudemmer op een hoek van het aanrecht staan. Dat plastic dat je er bij de stengels nooit vanaf krijgt omdat de bloemist er veel te strak een plakbandje omheen heeft gedraaid. Op de een of andere manier zijn de bloemen die ik krijg, altijd te lang of te kort voor de vazen die ik heb. En als ze te lang zijn, knip ik ze te kort af.


Broodmes


Heb ik de bloemen eindelijk bevrijd uit hun plastic oerwoud, dan volgt er meervoudige ellende. Ik heb nooit de goede spullen om de bloemen schuin af te snijden. Zonnebloemen zaag ik door met een broodmes. Tulpen knip ik met een kleuterschaartje door. 

En dan die ellendige bij-elkaar-bind-elastiekjes. Op de een of andere manier vliegen die bij mij altijd alle kanten op, als ik ze losknip en komen ze in alle hoeken van de keuken terecht. De bos bloemen valt uiteen in chaos


Heb ik de bloemen eindelijk in de vaas, dan bedenk ik me dat dat kleine zakje met voeding nog aan het folie zit, dat ik al tot diep onderin in de vuilnisbak heb gestampt. Dat zakje zit altijd met heel veel plakband aan het folie vast dus; nog meer gedoe. Hierna breekt het enige moment aan dat ik enige sympathie voor een bos bloemen kan opbrengen; ze staan en zien er leuk uit. Maar na een paar dagen, staat er onderin de vaas een bodempje vies water. De bloemen hangen, laten blaadjes en stuifmeel vallen. Zooi.


Omdat ik, zoals ik al zei, een hekel heb aan gedoe, negeer ik de nabije verleptheid, omdat ik geen zin heb in nog meer gedoe. Ik weet dat, als ik de bos uit de vaas haal, ik daarna kan gaan vegen en stofzuigen en daar heb ik dus meestal geen zin in. Totdat de stank ondraaglijk wordt.  Als ik dan eindelijk op een dag de rottende massa in de bruine Kliko laat vallen, voel ik vooral opluchting. Totdat ik de groen uitgeslagen vaas met troebele restmassa op het aanrecht zie staan en zucht: nog meer gedoe.


Deze column verscheen zomer 2015 in het Weekend Magazine van het Algemeen Dagblad

Reactie schrijven

Berichten: 1
  • #1

    Louise (donderdag, 08 oktober 2015 06:54)

    Heel herkenbaar (vooral het negeren van de verleppende bos) en maakt me daarom lachen in de bus. Ik neem het gedoe overigens wel op de koop toe want hou er teveel van ;).