Een nieuwe tuinset

Zoals het rechtgeaarde Vinexbewoners betaamt, waren wij  op Tweede Paasdag, in diverse bouwmarkten en tuincentra te vinden op zoek naar een nieuwe ‘loungeset’ voor achter in de tuin. Onze vorige hoekbank van steigerhout besloot namelijk twee jaar geleden tot stof weder te keren en sindsdien zijn we (latent) op zoek naar een nieuwe.  In de bouwmarkt kwamen we de  overburen tegen. We lachten elkaar hartelijk uit ‘oh jullie ook hier?’ en ploften vervolgens op alle banken neer, die er stonden en mopperden. ‘Lelijk, gammel, inploffer, te duur, teveel onderhoud, niet schoon te houden.’


Waspoeder


We liepen naar de overkant van de bouwmarkt. Daar zat een tuincentrum. Met het tuincentrum ging het niet goed. Aan alles was te zien dat ze het zelf ook niet meer zo goed wisten. Grote hallen met karig gevulde schappen en behalve planten verkochten ze er ook waspoeder, flessen afwasmiddel en vlekkenverwijderaar. Dat doet zo’n Tuincentrum heel slim. Want je brein denkt ‘dat moet wel een voordeeltje zijn als ze dat nou net hier verkopen, laat ik het maar meenemen.’ 


De schaarste;  ‘één soort waspoeder in een vreemde omgeving; triggert een oergedeelte  in je hersens. Alsof je op zoek ging bessen, maar er vervolgens zomaar een everzwijn voor het grijpen staat. Ik postte een foto op Twitter van de poederaanbieding en kreeg een reactie van schrijver Jack Nouws die de kiloprijzen van waspoeder uit zijn hoofd weet en zei: ‘Dat is helemaal niet goedkoop.’ We liepen verder.

De kinderen doken op een rieten bank van plastic, waar een enorme markies aan vast zat en trokken die over zich heen en verdwenen. ‘Deze willen wij,‘  joelden ze in koor. ‘Wij niet,’ brulden Vinexmannetje en ik terug. Vinexzoon 3 was inmiddels aan zijn middagdutje begonnen op een twee meter lang loungebed, waar we hem amper nog vanaf kregen.


Onrotbaar en niet al te lelijk


Ik zag niks wat maar in de buurt kon komen van mijn wensen: ‘Niet al te lelijk, onrotbaar, makkelijk schoon te maken en comfortabel.’ Tegen beter weten in zei ik: ‘Laten we nog even naar dat andere Tuincentrum gaan.’  Daar kwamen we andere zuchtburen tegen, die zich ook al verontschuldigden dat ze op Tweede Paasdag naar een Tuincentrum waren gegaan. Binnen plantte ik mijn achterwerk op alle banken, die er stonden, maar mijn hebzucht was al bijna verdampt. Onverrichter zake reden we naar huis. ‘s Avonds in bed zei Vinexmannetje: ‘Ik zit net zo lief de hele zomer op mijn campingstoel in de tuin.’


Inmiddels zijn we een paar weken verder. Soms denk ik nog wel eens aan de nieuwe tuinset als ik mijn hangmat lig of op de campingstoel zit en vind het wel best. Ik wil niet meer ‘op jacht‘  naar een loungset, omdat mijn oerbrein me wijs maakt dat ik dat echt nodig heb. Als ik kijk naar mijn jeugdfoto’s, zie ik mijn ouders, opa’s en oma’s en ooms en tantes allemaal in een kringetje op een campingstoel in de tuin zitten en die waren ook niet ongelukkig. Althans niet over hun stoel. 


Een deel van mijn verjaardagsgeld, dat ik had willen uitgeven aan de nieuwe tuinbank, heb ik maar overgemaakt naar Moas, een hulporganisatie die drenkelingen uit de Middenlandse Zee vist. Het lost niks op, maar het voelt iets minder ellendig.

Reactie schrijven

Commentaren: 0