Eindelijk zelf naar de film

Acht jaar was ik toen mijn moeder mij voor het eerst meenam naar de bioscoop. Het was 1983 en we woonden in Chania op Kreta en ja er waren biscopen. We gingen naar de James Bondfilm Octopussy. Ik vond het ge-wel-dig. Dat ik geen Engels verstond en de ondertiteling in het Grieks was, deed daar niets aan af. De rode fluwelen stoelen, dat het ’s avonds was terwijl ik eigenlijk naar bed had gemoeten, de bak popcorn en James Bond zelf met al zijn coole snufjes en stunts, maakten het tot een onvergetelijke ervaring, die smaakte naar meer.


Varkenskoppen


Elke zaterdag bestudeerde ik, na het boodschappen doen (een gang langs varkenskoppen met vliegen erop en een man met stompjes als armen waar plastic tasjes voor de verkoop aanhingen) met mijn broertje de aanplakbiljetten die op borden voor de markthal hingen. Daar waren elke week naast de doodsberichten plaatjes te zien van de films die zouden gaan draaien.


Behalve in de bioscoop keek ik ook films in een buurthuis opgezet door het Amerikaanse leger. Ze draaiden er zelfs E.T. Die film heb ik pas vorig jaar helemaal uitgekeken met Vinexzoon 2 ( filmofiel pur sang) aangezien ik destijds dat rimpelige nekje en die bibbervinger totaal niet trok en huilend naar huis ben gelopen. Ook de Incredible Shrinking Woman keek ik niet af. Het feit dat de hoofdrolspeelster in de doucheput verdween en niemand het doorhad, was voldoende voor een angsstoornis die nog weken aanhield. De magie van film.


Flodder

Toen we eenmaal weer in Nederland woonden ging ik niet meer zo vaak naar de bioscoop. In mijn herinnering zijn we een keer naar Flodder in Ede geweest en in theater de Lampegiet in Veenendaal zag ik Dirty Dacing. We zaten met vier mensen in een zaal waar er 500 in konden. Als er geen leuke bioscopen in de buurt zijn, ga je niet.  Pas in mijn studententijd vlamde mijn liefde voor de bioscoop weer op. Zo was er de Riksbioscoop waar je op woensdagmiddag heen kon voor een knaak. Een avondje stappen werd regelmatig ingeluid met een goede film in een van de vele bioscopen die stad Groningen rijk was..


Eenmaal verhuisd naar Utrecht kakte de filmliefde weer in. Ik heb niet altijd zin in moelijke films die zich afspelen in onherbergzame landschappen, vertoond ik kleine art deco-zaaltjes, over mensen met problemen die ze niet kunnen uiten. En de meeste andere bioscopen in de stad vond/vind ik vies en duur. Maar met een filmverslaafd kind, moet je toch wat. Dus hebben we de afgelopen jaren heel wat afgereden naar de Amsterdam Arena en naar IJsselsteijn.  Af en toe kocht ik morrend kaartjes voor de bioscoop in de stad. 

Vorige week kwam Vinexzoon 2 uit school en zei: ‘Mag ik nu eindelijk eens een keer alleen naar de bioscoop?’ Groot was mijn vreugde toen ik kon antwoorden: ‘ Over twee weken jongen. Dan gaat de bioscoop in Leidsche Rijn open. Er zijn zeven zalen en het geluid kan zo hard dat je nieren en darmen eruit worden geblazen.’   Er breken weer magische tijden aan. Welkom Cinemec. 

 

 

Reactie schrijven

Berichten: 0