Ineens was de stad daar…

Afgelopen zaterdagavond laat stond ik samen met Vinexmannetje voor het rode verkeerslicht bij Station Terwijde toen ik plotseling werd overrompeld door een vreemd gevoel dat zich het beste laat omschrijven als: de stad is ineens hier en ik heb het niet zien aankomen. Ik zei: ‘Voel je het ook? We zijn in de stad. Het is ineens allemaal anders.’ 


Het zweefde in de atmosfeer. Ik kon het net niet ruiken. Wat ik voelde en waardoor ik dáár om 23.00 uur ’s avonds wíst dat ik ìn de stad was, kon ik amper in woorden vatten. Ongrijpbaar als een mug in het donker. Toch doe ik hier een schamele poging.   Toen we hier ‘pas geleden’ kwamen wonen was er alleen maar een noodtreinstation in een leeg stuk land, waar de waakhond van het nabijgelegen boerenerf regelmatig de trappen versperde en ligt er een vierbaans weg en een vierspoors treinstation. Overal zijn nu veel auto’s en uit de scheve stoeptegels groeit onkruid De nieuwe truien van de grootgeworden baby die we destijd meenamen, kan ik nu ook aan. 


Vinexeuvel


Ik was er al die jaren bij en toch zag ik het niet aankomen. Misschien kwam het deze bijzondere zaterdagavond ook wel omdat we uit eten waren geweest en daarna een theatervoorstelling hadden bezocht bij Podium de Hoge Woerd in het pas geopende Castellum. Omdat het brandalarm kuren had, een bekend Vinexeuvel en de voorstelling Horror van Jakob Ahlbom dus niet op tijd begon, had ik lang de tijd om alle aanwezigen te observeren. Het publiek was wat excentrieker gekleed dan de moeders en vaders van het schoolplein. Geen jeans, maar tweed. Maar na een tijdje viel me nog iets anders op. Er stond maar één iemand tussen die ik kende en daar begon denk ik het gevoel aan te zwellen dat ik ‘in de stad’ was. 


Dat gevoel werd alleen maar versterkt door het feit dat we een geweldige voorstelling bezochten waar we voorheen ‘op pad’  voor moesten en wat met de komst van het Castellum en ook de bioscoop, ineens binnen handbereik was. ‘Niemand zien die je kent’ is iets wat me sowieso de laatste tijd steeds vaker overkwam in Leidsche Rijn. Een fenomeen dat ik associeer met ‘de stad’. Als ik nog maar twee jaar geleden boodschappen ging doen in de Nooddoos, zag ik altijd ‘bekende’ gezichten.


Tegenwoordig verbaas ik me over de pluriformiteit van het winkelend publiek, pubers, yuppen, ja zelfs stinkende mensen met een probleemgebit met halve liters bier tref ik soms in de rij voor de kassa. Ik betrap mezelf dan op de intolerante gedachten: ‘Wat hebben die mensen hier te zoeken? Waarom zouden zij hier vrijwillig willen zijn?’


Blijkbaar was ik meer gehecht aan de ‘leegheid’ van de Vinex, dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Of hecht een mens zich altijd na verloop van tijd aan een situatie zoals die is? Als dat zo is, ben ik binnenkort ook weer tevreden dat ik ‘weer’ in de stad woon zonder ooit nog verhuisd te zijn.

Reactie schrijven

Berichten: 1
  • #1

    Madelon Veerman (maandag, 12 oktober 2015 14:45)

    Hai Marieke, je schrijft exact wat mij ook gisteren overkwam. Daar bij de allereerste Haarrijn Trailrun...Start bij Desto. "onze" achtertuin.... Nou daar zou ik eens iedereen gaan tegenkomen en veel 'hey, hallo! jij ook? nee...ik niet, sta hier voor mijn lol in strak broekje" en "heeey, leuk! tot maandag hè? Op het schoolplein" etc. Niks...niemand, niet eens een beetje bekend. ( naast mijn loopmaatje en manlief met onze mini vinex-hulkje). Poeh...incognito in mijn wijk? nee...dat kán niet...Het was toch echt een beetje ons eigen durp geworden maar het wordt meer en meer niet zo...Een beetje..eh Stad? Tsja, we wonen dan ook echt in Utrecht. Dat staat er bij onze postcode :-). Was een beetje een 'shock' momentje voor mij... En jij schrijft er nét over, toevallig! En herkenbaar dus.