Inpakken

Een paar jaar geleden kocht ik in een malle spelletjeswinkels in Deventer een ansichtkaart waarop stond: ‘Het is zaak de periodes tussen de vakanties zo aangenaam mogelijk door te  brengen.’ Doorgaans probeer ik zo goed mogelijk volgens dit adagium te leven, aangezien je vaker niet dan wel met vakantie bent. Maar op de een of andere manier lukt me dat niet in de twee weken voor de Grote Vakantie. 


Momenteel verkeer ik in een dermate staat van verval/chaos/moeheid dat ik eigenlijk eerst een week met vakantie moet, om met vakantie te kunnen gaan. In een opwelling van voortvarendheid heeft Vinexmannetje twee weken geleden al Alle kampeerspullen bij elkaar gezocht en in de eetkamer neergelegd. Dat is natuurlijk heel erg lief., maar A; het zijn heel erg veel spullen. B: Hij vertrekt ’s ochtends naar een opgeruimd kantoor, waar het stil is en je ongestoord aan één taak kunt werken. 


Gameverslaafd

Ik blijf thuis achter in een ontploft huis met een nog steeds kapotte badkamer, met vier kinderen, die er weliswaar heel erg schattig uitzien, maar elkaar geregeld de tent uitvechten vanwege meestal ‘één opmerking of een verkeerde blik’ of stiekem in een hoekje in hun onderbroek poepen om vervolgens de buit tot diep in de bilspleet te pletten om vervolgens deze daad glashard te ontkennen, hun kennissen missen, gameverslaafd zijn, na vijf minuten buitenspelen alweer aanbellen en als ze honger hebben, roepen: Mogen we chips/Oreo-koekjes/patat?

 ‘Ja, ja,’ hoor ik u brommen, dan moet je ze opvoeden en je wilde zelf vier kinderen en daar heeft u dan ook volstrekt gelijk in. Ha, dat helpt, dank u.


Als ik ’s ochtends mijn derde beker koffie naar binnen giet in de eetkamer en om me heen kijk en bedenk wat  ik nog meer moet pakken: waterschoenen, korte broeken, tekentang, regenjassen, muggenspul, zonnebrandcrème, duikbrillen, schone onderbroeken, badlakens, duizendmiljoen opladers, billendoekjes, shampoo, tandenborstels, sokken, een leuk jurkje voor een keertje uit eten maar dan horen daar ook leuke schoenen bij enzovoorts.  Nou, dan, zinkt de moed me in mijn Birkenstocks en zeg ik: ‘We gaan gewoon naar een ecologische naturistencamping in Zuid Frankrijk, dat scheelt veel inpakken’


Plastic plakstoel


Maar, als ik dàt zeg rolt de oudste met zijn ogen en roept: ‘Gadverdamme, dan ga ik niet mee.’ Waarop de rest zich schreeuwend aansluit bij zijn litanie. Zelfs de jongste, die het liefst naakt loopt.  En als ik me dan voorstel hoe het echt is op zo’n naturistenoord, dan twijfel ik alweer. Want het allerergste lijkt me, als je dan een ijsje gaat eten in het campingrestaurant en je je handdoek vergeet en je op zo’n witte plastic tuinstoel gaat zitten en dat je er dan weer af moet, maar dat dan niet lukt omdat je hele achterkant zit vastgezogen aan die stoel en je de rest van de vakantie met een tuinstoel op je rug moet doorbrengen. Of nog erger: dat je die stoel er dan af moet halen…

Hee, van deze gedachte alleen al voel ik me alweer een stuk beter. Dank u. Ik ga maar eens inpakken.

Reactie schrijven

Commentaren: 0