Porseleinen zwaaipoes

Onlangs zat ik in een hip net geopend strandpaviljoen waar niks aan het oog van de stylisten was ontsnapt. Alles was er aan gedaan om het er zo uit te laten zien alsof het altijd zo was geweest; stoer en nostalgisch. Het was zo’n plek waarvan de uitbater zegt: ‘Je moet je hier helemaal thuis voelen in een ongedwongen sfeer. Wij hebben ook geen personeel, maar ‘bemanning’ en samen vormen we een ‘tribe’.

 

Koffie met warme melk

 

Ik bestelde een ‘koffie verkeerd’. Toen de ober, pardon matroos, even later terugkwam met mijn bestelling zei hij net iets te hard: ‘Alstulieft mevrouw, uw caffe làtééé´,’ om mij vervolgens een fors bedrag af te laten rekenen voor een glas koffie met warme melk. 

Ik kreeg accuut heimwee naar Italië, waar je voor 1,50 precies hetzelfde krijgt zonder de toneelvoorstelling ‘Koffie en 40 andere redenen om je compleet aan te stellen.’ 

 

Ander voorbeeld. Ik was een tijdje geleden in een hip noodlerestaurant in de hoofdstad, een soort kantine voor meelproducten met daartussen een paar sliertjes groente en vlees of vis. Sapjes heten er juices, chocoladetaart heet er chocolate fudge cake en kinderen heten er kids. In de keuken werkten alleen maar jongens en meisjes met knotjes op hun hoofd en aan de eettafels zaten hun tweelingzussen en broers. Op de menukaart stond: ‘Wij zijn geen conventioneel restaurant maar pretentieloos en informeel.’  

Van de plaatsvervangende schaamte, kreeg ik een slappe lach van de meest nerveuze soort. Zeggen dat je pretentieloos bent, is namelijk de moeder aller pretenties. 

 

Een authentieke sfeer

 

Werkelijk. Kosten noch moeite worden tegenwoordig gespaard om ergens ‘een authentieke sfeer’ te creëren om deze vervolgens dan zo te kunnen benoemen, omdat ’echt’ beter verkoopt. We willen zo graag echt, dat we ‘echt’ gewoon zijn gaan verzinnen.

‘Nepecht’ is wijd verbreid in onze welvaartsmaatschappij. Je ziet het ook bij inwisselbare nieuwbouwprojecten ‘met allure en een knipoog naar vroeger’, ‘groene auto’s’ die op in kolencentrales opgewekte stroom rijden en fabriekskrentenbollen vol ‘passie en liefde’.

 

Ik kan daar dus niet zo goed tegen. Het voelt als liegen en ik haat liegen. Bovendien is er niks ongedwongens aan verzonnen allure. Noem een krentenbol die in een lelijke loods onder tl-licht met miljoenen tegelijk wordt gebakken, gewoon een eh: krentenbol. En ik heb liever gewoon een goede ober in plaats van een verwaande matroos, die koffie neerzet alsof het vloeibaar goud is.

 

Ik word er recalcitrant van en krijg er de neiging van om alleen nog maar naar dingen toe te gaan waarvan ik zeker weet dat ze ‘echt’ zijn: zoals Chinese restaurants met een binnenvijver met goudvissen, een porseleinen zwaaipoes op de balie en stoelen met een blauwfluwelen zitting met een motiefje en gouden poten.  Ik krijg er zin van om op vakantie te gaan naar Beieren en mezelf op te sluiten in een in een Gasthof waar de tafel een ton is met een karrenwiel erop. Ik zal me wassen in een badkamer met bruine glanzende tegels en mijn tandenpoetsen bij een kikkergroene wastafel. Ik zal er normale koffie te drinken uit beige kopjes met bruine spikkeltjes. 

Nee het valt niet mee, om tegenwoordig zelf ook een beetje ‘authentiek’ te blijven. Dat is hard werken.


Deze column verscheen in augustus 2015 in het Weekend Magazine van het Algemeen Dagblad

 

Reactie schrijven

Berichten: 0