Week 5: een reisje met de sneltram.

Het liefst was ik deze snertweerweek, weer in een bubbelbad voor een raam gaan liggen. Maar dan zou mijn schrijverschap wel erg onrendabel worden. Wonderwel is het me toch gelukt om voor slechts €2,84 droog en warm achter een groot raam te zitten èn weer heel veel te zien.

 

Het enige wat deze dinsdag vaststond was dat het vervoermiddel de sneltram moest zijn, omdat het me leuk leek om met een tram te gaan die wel rijdt. Ik nam me voor om de eerst vertrekkende sneltram te nemen en pas bij de voor mij onbekende eindhalte uit te stappen.

 

Zweven

In een tram zweef je als het als het ware soepel door de werkelijk­heid

 

Ook mocht ik onderweg niet op mijn telefoon kijken, maar wel uit het raam, om te genieten van de stedenbouwkundige geschiedenis onderweg. Een tram leent zich daar heel goed voor. Een stadsbus schokt, hort en stoot vaak. In een tram zweef je als het als het ware soepel door de werkelijkheid. 

 

Het gaat langzamer dan een trein, waardoor je meer ziet: de flats van Kanaleneiland die van lelijkheid weer mooi beginnen te worden, het uitgestrekte park Transwijk (daar moet ik ook eens heen), de nieuwbouw bij het oude ziekenhuis Oudenrijn, een vlak gemaakt terrein waar eerst een soort olietanks stonden bij Westraven en dan het viaduct af, zo de wonderbaarlijke wereld van de moeder aller Vinexen in: Nieuwegein, de groeikern uit de jaren zeventig.

 

Feestje an sich

 

Eigenlijk deed de bestemming er niet eens toe deze dag. Een reisje met de tram is voor mij al een feestje an sich. Ik zou echt serieus uren in een tram kunnen zitten en mezelf niet vervelen. Niet in de laatste plaats vanwege mijn medepassagiers, die voor onverwachte dingen kunnen zorgen. Zoals vandaag, de hoogbejaarde bebaarde meneer in beige regenjas die zomaar tegen een andere oudere man een afluisterenswaardige monoloog begon af te steken.

 

Pas toen de man stopte met praten, besefte ik voor een paar minuten helemaal in zijn leven was meegereisd

 

,,Vroeger’', zei hij, ,,nam ik altijd de fiets voor dit soort stukjes. Dan reed ik door de polders naar Lexmond en Vianen. Het was allemaal weiland, bij Kanaleneiland, bij Vreeswijk. Ik zag al die nieuwbouw verschijnen. Ja, ik was een lange afstandsrijder. Ik heb door Zwitserland, Portugal gefietst. Ik ging nooit boven de 25 en als ik er was gooide ik mijn tentje op. Ik heb trouwens zestig jaar gerookt. Ik ben er vorig jaar oktober mee gestopt.’’

 

Pas toen de man stopte met praten, besefte ik voor een paar minuten helemaal in zijn leven was meegereisd. Gek hoe je onderweg al heel ergens anders uit kunt komen.

 

Jezus

Ik keek weer uit het raam. Op de fiets/trambrug over het Amsterdam Rijnkanaal reed een groene Canta met een oude man en vrouw erin richting Utrecht. Iets verderop hing aan een balkon een groot spandoek waarop stond: ,,Jezus is de enige weg tot God.’' Bij de halte Wijkersloot stond een jongen met knalpaars haar en zwarte kisten waar rode vlammen op waren gespoten. De omgeving zag er precies hetzelfde uit als Veenendaal West; de huizen, de woonerven, het gevoel van eeuwigdurende saaiheid. Voor de tweede keer ging ik met de tram op tijdreis.

 

De jongen met het paarse haar deed me denken aan Jasper F., die in de vierde zijn haar groen verfde en ook kisten aantrok èn aan meneer A. de aardrijkskundelaar die ons wanhopig iets over gebundelde deconcentratie en groeikernen probeerde bij te brengen, maar bij het zien van het groene haar van Jasper alleen maar uit kon brengen: ,,Haal die horizonvervuiling uit mijn zicht.’' Een planologisch begrip dat ik daardoor nooit meer ben vergeten.